Young children (0-8) and digital technology: A qualitative study across Europe

Full-text | Contribution made to report authored by the European Commission

It only takes witnessing a few interactions within modern western families to realize how much the experience of childhood has changed. The change comes from different winds blowing on today’s families’ time but certainly, the use of digital technologies peaks out and its impacts on childhood, education, learning and safety has been at question over the last years. Since a very early age, video watching and gaming on a variety of internet-connected devices are among children’s favourite activities. Parents see digital technologies as positive and unavoidable, if not necessary, but at the same time, find managing their use challenging. They perceive digital technologies as something that needs to be carefully regulated and controlled. They would appreciate advice on fostering children’s online skills and safety. The document reports on results of a cross-national analysis building on data coming from 234 family interviews with both children and parents, carried out from September 2014 until April 2017 in 21 countries. It exposes the key findings regarding first children’s usage, perceptions of the digital technologies and their digital skills in the home context but also on parents’ perceptions, attitudes, and strategies. Beside the cross-national analysis, a dedicated section provides contextualized snapshots of the study results at national level. It then takes a close up on 38 families in seven countries in which researchers came for a second interview distant of one year in which they focused on monitoring change of context, children and parents’ perceptions, attitudes, and strategies over time. The conclusion reflects on the potential benefits, risks and consequences associated with their (online) interactions with digital technologies and provide recommendations to policymakers, industry, parents and carers.

The tacit dimension of parental mediation

Cyberpsychology: Journal of Psychosocial Research on Cyberspace | Claudia van Kruistum, Roel van Steensel

Studies into the way parents mediate their children’s (digital) media use are challenging. A reason for this is that parents are not always aware of what they do and why, as their choices do not necessarily involve rational decision-making. In the present study we adopted the notion of “tacit knowledge” (Nonaka & Takeuchi, 1995; Polanyi, 1966) to explore how and why parents of young children mediate digital media use. In-depth interviews were conducted with 24 Dutch parents from 15 families who were selected to represent a range of socioeconomic backgrounds and different family compositions. Through qualitative analysis we first distinguished three mediation styles of “regulation”, “guidance” and “space”. Furthermore, we revealed seven values that drive parental mediation: three core values of “balance”, “freedom” and “protection” that are foundational in the sense that they explain why parents mediate; three orientational values of “qualification”, “Bildung” and “health/fitness” that explain to which end parents mediate; and one additional value of “flexibility” that accounts for parents’ exception-making. Finally, we showed that the most important emotions associated with these values were anger and disapproval (with balance and protection) and love and joy (with orientational values); fear was mentioned occasionally (in relation to protection).

Waarom de mediaopvoeding door Nederlandse ouders géén probleem is

LinkedIn blog | Claudia van Kruistum

‘Een derde van de ouders weet niet wat hun jonge kind doet op een beeldscherm’ zag ik in mijn nieuwsfeed voorbij komen. Dat leek me een ernstige zaak en ik klikte op de link om het volledige bericht te lezen. Alarmerende koppen zijn effectief: onderzoekers die een probleem signaleren krijgen meer aandacht voor hun werk. Sommige ouders worden onzeker: moet ik een tijdslimiet gaan hanteren? Die onzekerheid is helemaal niet nodig want Nederlandse ouders zijn al goede ouders, durf ik te stellen.

Van Minecraft tot mediaopvoeding

Het jonge kind | Full-textClaudia van Kruistum

Ivan is 6 jaar en houdt van spellen, zowel echte als virtuele. Van opa leert hij dammen en van YouTube-ster Enzo Knol leert hij Minecraft spelen. Op een dag vertelt hij mij, zijn moeder, dat hij via het kanaal van Enzo Knol 300 filmpjes over Minecraft heeft gevonden en dat hij inmiddels bij filmpje 34 is. Ik vraag mijzelf af of ik ervan moet schrikken hoeveel tijd hij klaarblijkelijk achter YouTube doorbrengt – elk filmpje duurt minstens een kwartier. Maar net als bij veel ouders overheerst bij mij het gevoel dat dit zijn ontwikkeling ten goede komt. Het stimuleert bijvoorbeeld zijn fantasie en er is doorzettingsvermogen voor nodig.

What happens at home, stays at home? Hoe het onderwijs kan profiteren van kennis over het digitale mediagebruik van jonge kinderen buiten school

Tijdschrift Zone | Full-text | Claudia van Kruistum

Tegenwoordig is het in Nederland eerder regel dan uitzondering dat jonge kinderen opgroeien met digitale media. Een urgente vraag is in hoeverre de school mee moet gaan in deze ontwikkelingen of er juist tegenwicht aan moet bieden, bijvoorbeeld door middel van traditionele leesbevorderingsprojecten of mediawijsheidtrainingen, waarin aandacht uitgaat naar het inperken van de tijd die kinderen achter schermen doorbrengen. In dit artikel leg ik aan de hand van een kwalitatief onderzoek van de VU en de EUR de focus op de mogelijkheid die het onderwijs heeft om te profiteren van kennis over de manier waarop jonge kinderen buiten school met digitale media omgaan en daarvan leren.

Young children (0-8) and digital technology: Dutch national report

Full-text | Report commissioned by the European Commission | Claudia van Kruistum, Roel van Steensel

In spite of the substantial increase in digital media usage by very young children, research seems to be lagging behind. The present study is conducted to fill this gap in research. It is part of a larger European study that is coordinated and funded by the Joint Research Centre (JRC), the European Commission’s in-house science service, and conducted in the framework of the project Empowering Citizens’ Rights in Emerging ICT. In collaboration with a selected group of academic partners in different European countries, this qualitative, in-depth study aims at exploring young children and their families’ experiences with new technologies.

Jongeren en hun gebruik van oude en nieuwe media

Tijdschrift voor Orthopedagogiek | Full-text | Claudia van Kruistum, Paul Leseman, Mariëtte de Haan

Het debat over de rol die digitale media al dan niet in het onderwijs zouden moeten innemen, wordt gekenmerkt door een tegenstelling tussen oud en nieuw, schrift en beeld, boeken en iPads. In dit artikel willen wij duidelijk maken dat hiermee geen recht wordt gedaan aan de enorme variatie die bestaat in nieuwe media en de wijzen waarop zij functies kunnen vervullen die voorheen sterk met oude media waren geassocieerd. In een longitudinaal onderzoek hebben we bij jongeren, vooral die van het vmbo, bestudeerd hoe zij buiten school lezen en schrijven in brede zin en wat de onderwijskundige relevantie hiervan is. We lichten drie hoofdbevindingen uit: (1) er bestaat niet zoiets als een ‘Netgeneratie’, (2) jongeren gebruiken liever nieuwe dan oude media, en (3) het onderwijskundige potentieel van nieuwe media blijft onbenut. Jongeren moeten leren hoe zij nieuwe media voor meer dan hun plezier kunnen gebruiken.

Youth media lifestyles

Human Communication Research | Full-text | Claudia van Kruistum, Paul Leseman, Mariëtte de Haan

In this article, the concept of “media lifestyles” is adopted in order to develop a comprehensive approach toward youth engagement in communication media. We explore how 503 Dutch eighth grade students with full access to new technology combine a broad range of media by focusing on their engagement with media while taking various contexts of use into account. Four different media lifestyles of media omnivores, networkers, gamers, and low-frequency users are described. Furthermore, we show how the methodology we used is able to provide more insight into how the distinguished media lifestyles were codetermined by particular media, functions and social contexts. Finally, the implications for the Uses & Gratifications theory are discussed.

Changing engagement of youth in old and new media literacy: Patterns, functions and meanings

Dissertation | Full-text | Claudia van Kruistum

The goal of this dissertation is to examine the changing engagement of youth in the large variety of out-of-school literacy practices, including uses of old and new media. The main focus is on Dutch youth from the lower tracks of prevocational secondary education, who often struggle with the literacy demands of the school curriculum. In line with a socio-cultural perspective on literacy this dissertation moves away from a research tradition that approaches literacy as a set of individual reading and writing skills. An alternative way of conceptualizing literacy is proposed in terms of family resemblances, a notion borrowed from the German philosopher Wittgenstein: Literacy activities do not share one common set of features, but throughout activities similarities – great and small – crop up and disappear. From this perspective, which underpins the research presented in this dissertation, literacy is a broad and complex concept that encompasses traditional print-based media, new (digital) media and their various but sometimes interrelated uses.

Hoe moeilijk is goed lezen en schrijven voor vmbo’ers? Inzichten uit onderzoek

In: Het vmbo dichterbij. Bewegen tussen theorie en praktijk | Full-text | Roel van Steensel, Amos van Gelderen, Claudia van Kruistum, Ilona de Milliano, Mirjam Trapman, Ron Oostdam

Het lees-en schrijfgedrag van leerlingen in het vmbo is doorgaans een bron van zorg. Lezen en schrijven: ze kunnen het niet, ze willen het niet en ze doen het niet, is het stereotiepe beeld. Maar klopt dat beeld wel? Wat weten we eigenlijk over wat vmbo’ers kunnen, willen en doen? En wat weten we over de vraag hoe je leerlingen zo kunt uitdagen dat ze betere, meer gemotiveerde en actievere lezers en schrijvers worden?